Waarom niet spreken over ‘The Comedy of the Commons’?

Washington DC, vrijdag 5 oktober 2018 In haar inleidende keynote stelt professor Sheila Foster dat we met nieuwe ogen naar het begrip commons moeten kijken. De nieuwe commons als ‘kennis’, ‘internet’ en de stad als geheel, bezitten een niet-traditionele dynamiek. En zijn deels geconstrueerd. Ze floreren bij intens gebruik. Dus waarom niet spreken van de Comedy of the Commons?

Wat is een commons? Zo luidt de retorische vraag die Sheila Foster, professor van Georgetown University (Law and Public Policy) zich stelt in haar openingsspeech van de conferentie Celebrating Commons Scholarship. De conferentie is onderdeel van de commonsweek georganiseerd door The International Association for the Study of the Commons (IASC)

‘De meeste van ons beginnen met Garett Hardin, als we denken over de commons’, zegt Foster. ‘En dus gaan ze uit van de tragedy of the commons:  onmogelijk om commons voort te laten bestaan. Commons zouden uitgeput raken, omdat ze open zijn en onbegrensd. Net zoals het Central Park bij ons in New York. Toen Central Park werd open gesteld voor het publiek escaleerde het gelijk tussen de verschillende groepen.’ ‘Maar misschien ontstaat deze situatie wel door ontbrekende wet- en regelgeving’, betoogt Foster.

Bovendien ontstaan er nu naast de traditionele Ostrom commons, ook nieuwe – niet traditionele – commons. Deze emergeren (bv kenniscommons) of zijn geconstrueerd (bv het wegennet of internet).

Kenniscommons  floreren doordat mensen bijdragen aan de gemeenschappelijk kennis. Zo ontstaat er een accumulatie van energie en mogelijkheden. Hoe meer mensen hoe beter. Foster: ‘Zouden we bij deze nieuwe – niet traditionele –  commons niet moeten spreken over de Comedy of the Commons?’

Deze niet-traditionele commons moeten volgens Foster ingebed raken in een netwerk. Maar hoe? Het is volgens de professor behulpzaam om te kijken naar de geconstrueerde netwerken, omdat de infrastructuur voor de nieuwe commons niet vanzelf zal ontstaan.  En net zoals het wegennet en internet, hebben ook deze niet-traditionele commons een polycentrale structuur nodig.