Hoe werken we samen in de stad?

Het maatschappelijk initiatief moet uitgangspunt zijn van de gemeentelijke werkwijze, zowel in beleid als in uitvoering. Zo stellen de gezamenlijke Amsterdamse Bestuurscommissies in hun brief van 15 februari j.l. aan het College van B & W. De brief is een antwoord op de adviesvraag op de bestuurlijke ambitie Ruimte voor Initiatief.

‘Wij begrijpen uw streven om geen apart programma meer in te richten voor maatschappelijk initiatief’, zo schrijven de Bestuurscommissies. ‘Immers, samenwerking met maatschappelijk initiatief dient plaats te vinden op elk beleidsterrein, en dus onderdeel te zijn van alle programma’s en begrotingen. Samenwerking met maatschappelijke initiatieven wordt een integraal onderdeel van de gemeentelijke werkwijze. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit uitgangspunt, deze ambitie, nog wel iets van ons allen zal vergen. Als belangrijk punt van de ontwikkelagenda zien wij dan ook: hoe kan ruimte voor maatschappelijk initiatief een levend onderdeel worden van elke beleidsnota, elk programma, elke begroting, het inkoopbeleid en de subsidiesystematiek? Ons advies is om in iedere begroting ruimte te houden voor samenwerking met maatschappelijk initiatief, door niet het hele budget structureel toe te wijzen. Ook zullen we eraan moeten werken dat de gemeentelijke organisatie-in-beleidskommen de samenwerking met maatschappelijk initiatief niet in de weg staat.’

De bestuurscommissies constateren dat er diverse dilemma’s zijn, die samenhangen met de veranderende rol van de overheid. Die dilemma’s gaan onder meer over legitimiteit, betrokkenheid, inclusiviteit, risicobeheersing, aansprakelijkheid, continuïteit, professionaliteit en beloning.

In de casussen en in de thema’s van de ontwikkelagenda zien de gezamenlijke Bestuurscommissies een kans om gezamenlijke projectteams (bv ‘part-ups’) van ambtenaren, initiatiefnemers en andere partijen in te richten.

♦ De vraag van vandaag: dinsdag 23 februari 2016