Top-26 Dialogic OD Approaches

Dialogic Organisation Development (DOD) is niet een methode, maar een denkwijze die we de Dialogic Mindset noemen. Anders dan in de reguliere denkwijzen, die organisaties vaak zien als vaststaande entiteiten, gaat Dialogic OD er van uit dat een organisatie een constante stroom is van gesprekken, die niemand kan controleren. ‘Vanuit de Dialogic Mindset kijken we naar onderlinge afhankelijkheden, hoe medewerkers elkaar ondersteunen of beperken. Niemand is helemaal in control’, aldus Gervase Bushe, professor of Leadership and Organization Development at the Beedie School of Business, Simon Fraser University in Vancouver, Canada.

♦ De vraag van vandaag: woensdag 23 mei 2017

Wat leren we van Middelland in transitie?

Rotterdam, 17 mei 2017 

Leg nooit een ambtelijk traject stil, maar haal de bewoners aan het begin van het traject binnen’, aldus Tom Harreman, voorzitter van de gebiedscommissie Delfshaven, Rotterdam. ‘Stoppen, heeft gezorgd voor vertraging en frustraties bij betrokken ambtenaren, bewoners en partijen die wilden investeren in Middelland.’

Als raadslid maakte Harreman in de bestuursperiode 2010 – 2014 het aanwijzen van de zogenaamde focusgebieden in de stad mee. Delfshaven, met haar deelgebieden Tussendijken en Middelland waren twee van die focusgebieden. Er kwam extra geld  voor deze wijken en ambtenaren ontwikkelden samen met bewoners en ondernemers een plan van aanpak, onder leiding van de stadsmarinier. Harreman: ‘Maar toen die extra gelden van 9 miljoen werden toegekend, stak een aantal bewoners hun vinger op en wilden dat burgers inhoudelijk mee mochten beslissen. Na 1.5 jaar zijn we toen gestopt met het lopende ambtelijke traject. Als gebiedsmanager Lot Mertens mijn leermoment van de afgelopen jaren vraagt, dan is het dit: stop nooit met een al eerder ingezet traject, het levert vertraging en frustraties op.’

Zie hieronder een impressie van de buurtmiddag Mooi Middelland

♦ De vraag van vandaag: woensdag 17 mei 2017

Hoe co-creëert Mooi, Mooier Middelland?

Mooi, mooier Middelland is een experiment in co-creatie in een wijk van Delfshaven, Rotterdam. Sinds de zomer van 2015 zijn de Middellanders onder de bezielende bestuurlijke leiding van burgemeester Aboutaleb, aan de slag om hun wijk te verbeteren. Vanaf het voorjaar 2016 is het programma Mooi, mooier Middelland in uitvoering gegaan. In het filmpje zien we Frank van Steenbergen, onderzoeker DRIFT, Dutch Research Intsitute for Transitions van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van Steenbergen presenteert in het Rotterdamse Brancopark de tussenevaluatie naar de verloop van het co-creatieproces. Wat betekende dit voor de Middellanders en wat voor de gemeente Rotterdam? Hij spreekt over de zogenaamde Windows of opportunity ontstaan in het machtsvacuüm van de afgelopen periode en de kans om het bestuur in de wijk en in de gemeente Rotterdam opnieuw uit te vinden.

In zijn reactie spreekt burgemeester Aboutaleb over het belang van rechtstreekse democratie en co-creatie met de burgers. Zo nam hij het initiatief tot de driehoek nieuwe stijl, toegankelijk voor alle 600 duizend Rotterdammers. Die nieuwe driehoek-gesprekken geven een completer beeld als het gaat om het verbeteren van de veiligheid in de wijk. Als voorbeeld noemt Aboutaleb het ruimhartige coffeeshopbeleid, waarvoor in de raad van links tot rechts een breed draagvlak is. Spreek je met de bewoners in de omgeving van zo’n coffeeshop, dan hoor je een heel ander geluid.

Fijntjes onderstreept de burgemeester dat de verbetertrajecten voor de wijk wat hem betreft niet snel genoeg gaan en dat het co-creatieproces met de bewoners net zo stroperig lijkt, als het officiële beslisproces van de gemeenteraad. Meerdere malen moedigt hij de Middellanders en de professionals aan om vaart te maken: in maart 2018 wachten de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen.

♦ De vraag van vandaag: woensdag 17 mei 2017

Hoe ziet democratie anno 2016 er uit?

2016-02-18 14.05.17
‘In de huidige Doe-democratie ligt de focus teveel op vraagstukken faciliteren, stimuleren en co-creëren’, betoogt dr. Imrat Verhoeven, universitair docent Bestuur en Beleid (UvA). ‘Het perspectief op democratische verhoudingen ontbreekt.’ Volgens Verhoeven zijn er op dit moment drie typen relaties in het geding:

1. Relaties & interacties tussen initiatiefnemers;
2. Relaties tussen initiatiefnemers & andere burgers, vanwege het gevaar van uitsluiting, kansen ontnemen en/of de dominantie van bepaalde groepen;
3. Relatie ambtenaren & sociale professionals en/of initiatiefnemers. Meer en meer moeten de taken gedeeld worden met burgers en moeten professionals open staan voor de invloed van burgers. Dat vergt een democratisch professionalisme, waarbij de professionals tegelijkertijd helder zijn over de rol die zij hebben en dus ook over de bevoegdheid om knopen door te hakken.

De uitdaging aan de overheid is nu om te zoeken naar manieren om het democratisch gehalte te waarborgen. Inspiratie doet Verhoeven onder andere op uit het werk van Henk Wagenaar, hoogleraar Urban Studies & Planning, die stelt dat er democratische ruimte bevorderd moet worden door veelvuldige interactie, korte lijnen en open communicatie. Wat zijn de consequenties voor de professionals en voor de burgers?

Consequenties voor professional-burger:
• Betrouwbaarheid (afspraken nakomen)
• Continuïteit van relaties
• Tijdig reageren
• Conflicthantering, vooral bij potentieel   uiteenlopende belangen
• Sociale reflexiviteit
• Koppeling tussen initiatieven
• Open uitwisseling van kennis en informatie

Consequenties voor burger-burger:
. Bewustwording van uitsluiting en dominantie
• Informatie uitwisseling en communicatie tussen initiatieven
• Stem geven aan uitgeslotenen
• Democratische vaardigheden zoals luisteren, omgaan met kritiek,  overleg voeren, conflictmanagement, compromissen bereiken en verschil waarderen
• Vertrouwen van burgers in elkaar versterken

Verhoeven hield zijn lezing tijdens het symposium ‘Van wie is de Stad?’ georganiseerd door het Lectoraat Dynamiek van de Stad van de Hogeschool InHolland op donderdag 18 februari j.l.

♦ De vraag van vandaag: donderdag 24 maart 2016

Hoe werken we samen in de stad?

Het maatschappelijk initiatief moet uitgangspunt zijn van de gemeentelijke werkwijze, zowel in beleid als in uitvoering. Zo stellen de gezamenlijke Amsterdamse Bestuurscommissies in hun brief van 15 februari j.l. aan het College van B & W. De brief is een antwoord op de adviesvraag op de bestuurlijke ambitie Ruimte voor Initiatief.

‘Wij begrijpen uw streven om geen apart programma meer in te richten voor maatschappelijk initiatief’, zo schrijven de Bestuurscommissies. ‘Immers, samenwerking met maatschappelijk initiatief dient plaats te vinden op elk beleidsterrein, en dus onderdeel te zijn van alle programma’s en begrotingen. Samenwerking met maatschappelijke initiatieven wordt een integraal onderdeel van de gemeentelijke werkwijze. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit uitgangspunt, deze ambitie, nog wel iets van ons allen zal vergen. Als belangrijk punt van de ontwikkelagenda zien wij dan ook: hoe kan ruimte voor maatschappelijk initiatief een levend onderdeel worden van elke beleidsnota, elk programma, elke begroting, het inkoopbeleid en de subsidiesystematiek? Ons advies is om in iedere begroting ruimte te houden voor samenwerking met maatschappelijk initiatief, door niet het hele budget structureel toe te wijzen. Ook zullen we eraan moeten werken dat de gemeentelijke organisatie-in-beleidskommen de samenwerking met maatschappelijk initiatief niet in de weg staat.’

De bestuurscommissies constateren dat er diverse dilemma’s zijn, die samenhangen met de veranderende rol van de overheid. Die dilemma’s gaan onder meer over legitimiteit, betrokkenheid, inclusiviteit, risicobeheersing, aansprakelijkheid, continuïteit, professionaliteit en beloning.

In de casussen en in de thema’s van de ontwikkelagenda zien de gezamenlijke Bestuurscommissies een kans om gezamenlijke projectteams (bv ‘part-ups’) van ambtenaren, initiatiefnemers en andere partijen in te richten.

♦ De vraag van vandaag: dinsdag 23 februari 2016

Van wie is de stad?

In februari 2016 is het 10 jaar geleden dat Guido Walraven zijn rede hield als lector Dynamiek van de Stad. Reden om in het symposium Van wie is de stad terug te kijken op de verworven inzichten uit het praktijkgericht onderzoek van het lectoraat. En om een agenda te schetsen voor de komende tien jaar.
In zijn jubileumrede gaat Walraven in op de in- en uitsluitingsprincipes van de moderne stad. Walraven: ‘Waar is de tijd gebleven dat ook armere mensen in de stad mochten blijven wonen. En er een wens was om hen te verheffen? Krantenartikelen gaan over de vraag of goedkope huizen nog wel in Rotterdam mogen blijven. En niet alleen hier. Het Amsterdamse college zegt: “de stad is van iedereen”, maar het beleid is precies hetzelfde als dat van Rotterdam.’
Het gaat om ownership, betoogt Walraven, letterlijk, doordat inwoners grond en huizen bezitten, maar ook om sociaal kapitaal: Wie beslissen er? Wie komen er op voor de publieke zaak? En wie voor het algemeen belang, wat dat dan ook mag zijn. Wie maken er deel uit van een bepaalde gemeenschap en wie niet?

De door het lectoraat ontwikkelde routekaart toont de speerpunten voor de komende jaren:
– Burgerschap en sociale uitsluiting
– Sociaal domein en sociale uitsluiting
– Sociaal ondernemerschap en sociale innovatie

165146

♦ De vraag van vandaag: donderdag 18 februari 2016

Wat staat ons te wachten in 2016?

Trendwatcher Adjiedj Bakas voorziet een afwisselende en energieke tijd in het jaar van de aap. Het graaikapitalisme raakt uit en het karmakapitalisme komt in. Gefortuneerden en grote bedrijven bekommeren zich om maatschappelijke vraagstukken. De geweldsdreiging blijft, maar levert naast ellende ook nieuwe innovaties op. Als tegenhanger van ‘de As van het Kwaad’, ontstaat een ‘As van de Hoop’. In de voedingswereld zet de trend van ambachtelijk & lokaal door.

♦ De vraag van vandaag: dinsdag 5 januari 2016

Wat is jouw favoriete leiderschapsstijl?

In de opmaat naar de kerstdagen produceert de Volkskrant op 10 december onbedoeld een prachtig themanummer over de verschillende leiderschapsstijlen van de afgelopen decennia. Allen met hun eigen (aantrekkelijke) verdienmodel en rankingsvoordeel in de peergroup. Als Persoon van het Jaar van tijdschrift Time, komt Angela Merkel er met een postzegelstukje op pagina 9 bekaaid vanaf.

Journalisten Charlotte Huisman en Gerard Reijn doen verslag van de krimpende Rabobank en interviewen de verschillende betrokkenen. ‘Ik heb een goed verhaal gehoord’, aldus een 61-jarige bankmedewerker die zijn baan kwijt raakt. ‘We gaan ons eindelijk weer bezig houden met de klant. En als er mensen uit moeten om onze bank te verbeteren, dan moet dat maar.’ Over zichzelf maakt hij zich geen zorgen. ‘Als het moet, neem ik een krantenwijk. En als ik dan mijn hypotheek niet meer kan betalen, is dat het probleem van de bank.’

Columnist Hans Aarsman schrijft over Dick Cheney, die als alle vicepresidenten van Amerika wordt vereeuwigd met een buste in de Emancipation Hall op Capital Hill. En vraagt zich af waarom toch deze guitige opa een plek in de eregalerij verdient. Aarsman: ‘De vader van George W. Bush, zelf één termijn president geweest van de VS, heeft in zijn biografie laten optekenen dat hij Cheney ziet als de kwade genius achter zijn zoon. Ik geloof dat graag. Haat en hebzucht, dat is Cheney. Aan de Operation Iraqi Freedom heeft hij miljoenen overgehouden, hij was betrokken bij een multinational die in opdracht van het Pentagon de oliebusiness regelde in Irak.’

Hans Veldman, professor strategy Nyenrode Business Universiteit, doet een boekje open over over twee goeroes van het managementgilde: Tom Peters en Robert Waterman. ‘In 1982 publiceerden zij het boek In search of excellence, dat twee decennia lang een van de best verkochte managementboeken zou blijven. Hun uitgebreide onderzoek bij grote ondernemingen resulteerde in het bekende 7S-model, waarmee bepaald kon worden waarom bepaalde bedrijven succesvoller zijn dan andere. Peters nam ontslag bij McKinsey en werd de eerste managementgoeroe.’ Veldman: ‘(…) twintig jaar later erkende de inmiddels puissant rijk geworden Peters, dat hij in 1982 de data over de excellente ondernemingen verzonnen had.’

Of ligt onze sympathie toch meer bij de ware (film)held uit onze geschiedenis: Darth Vader? Liefhebber en journalist Daan Heerma van Voss schrijft in zijn verrukkelijk analyse in de filmbijlage over ‘Star Wars als Griekse tragedie met lasers en ruimteschepen; een profetie die leidt tot ontbinding van de oude wereld, de held probeert zich te verzetten tegen zijn lot, waarna hij een nieuwe dynamiek in gang zet, die uiteindelijke zal leiden tot het bewaarheiden van de profetie. Want uiteindelijk is het niet Luke, maar Anakin Skywalker die de balans brengt. Hij was, inderdaad, ooit, de Uitverkorene.’

(Bron: de Volkskrant, donderdag 10 december 2015)

♦ De vraag van vandaag: vrijdag 11 december 2015