Van wie is het Colosseum?

Vrijdag 12 januari 2018 bezocht de bekende Italiaanse professor Christian Iaione Plein ’40 – ’45 in Amsterdam Nieuw-West. Iaione is samen met de Amerikaanse prof Sheila Foster één van de trekkers van de internationale commons beweging. ‘Hoe bereik je een complete gebruikersgroep’, wilde bestuurder Erik Bobeldijk (SP) weten. ‘Wie zijn de minst zichtbare gebruikers van dit plein en hoe geef je ze een stem?’
Interessante vragen, meende Iaione. ‘In Rome stellen we ons de vraag van wie is het Colosseum? Horen hier ook de Australische toeristen bij?’ En zijn advies: Laat altijd één stoel open aan de vergadertafel. Die representeert de vraag: wie zien we over het hoofd? Iaione: ‘Met ons actieonderzoeksprogramma The City as a commons, proberen we voorbij ‘participatie’ te komen. Participatie, dat gebeurt door professionals van de (semi) overheid, die vaak zelf ook zoekende zijn hoe ze tot toekomstbestendige organisaties moeten komen. Hoe we het aanpakken? Soms gebruiken we lokale radiozenders om inwoners te bereiken. Onze houding is adaptief: we sluiten aan bij de lokale situatie en wensen en maken een traject tailor-made. Om ontbrekende stemmen te traceren zijn bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen goede vindplaatsen.’
‘Verschillende community’s zien elkaar als concurrenten’, poneert Bobeldijk. ‘En je bereikt alleen de best persons‘, aldus kwartiermaker Jeroen Jonkers.
Iaione: ‘Wij zijn niet op zoek naar een parallel representatieproces. Dat bestaat immers al. Je zoekt naar actie, ondernemerschap. Dus niet naar iedereen. Je moet niet aan participatie werken, maar aan deliberatieve democratie. Zoek de entrepreneurs op, degenen die ondernemend zijn en die willen leiden. Hoe kom je nu tot creative ownership? Door kleine praktijkjes op te zetten rond urban commons, waarin je tegelijkertijd onderzoek doet naar de rol van ownership, financiën en representatie.’
Iaione: ‘Cruciaal is het om de shift naar actor te maken. Ook als bestuurder, kwartiermaker of onderzoeker. Als je gaat pionieren in enkele kleine praktijkjes, krijg je onmiddellijk micro-oplossingen. Ze zijn klein, maar het zijn oplossingen voor het beheer van de urban commons. Ook op het juridische en financiële vlak.’
Bobeldijk: ‘Heb je concrete voorbeelden uit andere steden?’
Iaione: ‘Concrete oplossinkjes en praktijken uit New York, Bologna en Rome die op dergelijke wijze ontstonden zijn de Community Land Trust, het werken in coöperaties, een winkelstraat waarin tijdelijk geen belasting wordt geheven of waar de bedrijven en bewoners zichzelf voor 6 weken moesten besturen.’De Italiaanse professor benadrukt dat er zo (bestuurlijke) variatie kan ontstaan in en tussen steden. Het zijn polycentrische ontwikkelingen: institutioneel, financieel en bestuurlijk. Zo zijn er naast wetten en regels ook andere manieren om gedrag in het publiek domein in goede banen te leiden, zoals door de regulerende werkingen van religies, reciprociteit (wederkerigheid) en wie weet, ooit, urbane ethiek.

♦ De vraag van vandaag: vrijdag 12 januari 2018

Wat is de Office for Civic Imagination?

‘Het is de bedoeling dat er in het centrum van Bologna een permanent Living Lab komt’, vertelt Valeria Barbi, EU-coördinator van het Urban Center Bologna, ‘Het Urban Center vorm het hart, met vier connecties naar de andere stadsdistricten.’ Sinds januari 2017 houden collega’s van Valeria bijeenkomsten met bewoners, CityMakers, studenten, migranten en ondernemers om over de komst van de Office for Civic Imagination te spreken: een digitaal platform, vergelijkbaar met Facebook, waar alle partijen hun plannen voor behoud en verbetering van de stad kunnen posten. In december gaat de website online. Vanaf maart 2018 moeten de fysieke LivingLabs hun deuren echt openen.

The office for Civic Imagination is a policy innovation lab, structured as a co-working area internal to the  municipal  administration, through which the civil servants can work together in order to find innovative solution to common problems and implement the principle of civic collaboration. Read more at: http://www.labgov.it

 

Wat maakt Bas van Bavel zo somber?

‘Van nature ben ik een redelijk optimistisch mens, maar over de economie ben ik helaas somber’, zo schetst Bas van Bavel, historicus en hoogleraar Transities van Economie en Samenleving van de Universiteit Utrecht zijn professionele gemoedstoestand. De westerse economie is tanende en neemt in zijn val de democratie mee.

Op de discussieavond #New Democracy & de Vrije Markt in Pakhuis de Zwijger presenteert de hoogleraar het gedachtegoed van zijn nieuwste publicatie The Invisible hand. Van Bavel: ‘Een markteconomie is een dynamisch systeem, waarbij we een cyclus van opkomst en neergang doorlopen. Helaas zitten we nu in de neergaande fase.’

Bij een vrijemarkteconomie zijn zowel de output – de diensten en producten-, als de input – grond, arbeid, kapitaal – onderhevig aan de markt. Dat is in Nederland eigenlijk pas het geval sinds de jaren ’90. Daarvoor bestonden er naast de markteconomie veel meer systemen, zoals corporaties, familiesystemen, associaties en gilden.

Een dergelijke markteconomie is redelijk uniek in de wereld. De onderzoekers vonden een voorbeeld in het middeleeuwse Iraq van 600 – 1000. In Italië was er een markteconomie van de 13de tot de 16de eeuw. In Nederland vanaf de 15de eeuw tot nu. In Engeland vanaf de 17de eeuw en de Verenigde Staten vanaf de 19de eeuw. En, anders dan vaak gedacht, volgt de markt het democratiseringsproces in plaats van andersom.

De economische cyclus begint als de burgers in opstand komen tegen de feodale elite, het dictatorschap of een tussenvorm van autocratie en democratie, zoals in het huidige Rusland. In de westerse wereld begon dat proces aan het begin van de 20ste eeuw, toen de burgers zich door grotere en kleinere opstanden zich vrijmaakten en organiseerden in politieke partijen, coöperaties en zorgden voor diverse collectieve voorzieningen, zoals de Boerenleenbank en verzekeringen.

Door het breken van de macht van de elite, ontstond er ruimte voor democratie. Wat volgt is een fase van machtsevenwicht, maar door de verhandeling van grond, arbeid en kapitaal komen daar scheurtjes in: er vindt accumulatie plaats en een steeds kleinere groep krijgt steeds meer grond, arbeid en kapitaal in handen.
Van Bavel: ‘Je ziet dan dat de vermogensongelijkheid enorm toeneemt. Dat is voor mij een belangrijk signaal dat we ons op een kantelpunt in de cyclus bevinden.’

De vermogensongelijkheid is volgens de onderzoeker in Nederland vrijwel maximaal. Een feit waarover bijna niemand spreekt. Van Bavel: ‘Vermogensongelijkheid vindt een uitweg in de financiële markten, dat is wat mij betreft een tweede waarschuwing.’  Point of no return is bereikt als de echte economie dusdanig stagneert dat vermogenden kiezen om te investeren in politieke macht en de democratische regels aan hun laars lappen of wetten gaan passen. Van Bavel: ‘Dan krijg je decennia lang een implosie: het verdwijnen van de gelijkheid en van de democratie.’

‘Denkt u ook weleens in oplossingen’, wil moderator Rindert de Groot weten. Van Bavel: ‘Voor mij is de geschiedenis de belangrijkste kennisbron. Nog geen enkele van de markteconomieën is in het verleden geslaagd om het tij te keren.’ Toch gloort er hoop. Van Bavel: ‘Door dit systeemonderzoek weten we nu hoe we als mens onderworpen zijn aan een bepaalde logica. Wie weet geven deze inzichten ons de kans om toch invloed op deze cyclus uit te oefenen.’

Lees ook het interview met Bas van Bavel, geschreven door Ieva Punyte: https://citiesintransition.eu/interview/is-it-really-about-the-invisible-hand

♦ De vraag van vandaag: maandag 15 mei 2017