Waarom niet spreken over ‘The Comedy of the Commons’?

Washington DC, vrijdag 5 oktober 2018 In haar inleidende keynote stelt professor Sheila Foster dat we met nieuwe ogen naar het begrip commons moeten kijken. De nieuwe commons als ‘kennis’, ‘internet’ en de stad als geheel, bezitten een niet-traditionele dynamiek. En zijn deels geconstrueerd. Ze floreren bij intens gebruik. Dus waarom niet spreken van de Comedy of the Commons?

Wat is een commons? Zo luidt de retorische vraag die Sheila Foster, professor van Georgetown University (Law and Public Policy) zich stelt in haar openingsspeech van de conferentie Celebrating Commons Scholarship. De conferentie is onderdeel van de commonsweek georganiseerd door The International Association for the Study of the Commons (IASC)

‘De meeste van ons beginnen met Garett Hardin, als we denken over de commons’, zegt Foster. ‘En dus gaan ze uit van de tragedy of the commons:  onmogelijk om commons voort te laten bestaan. Commons zouden uitgeput raken, omdat ze open zijn en onbegrensd. Net zoals het Central Park bij ons in New York. Toen Central Park werd open gesteld voor het publiek escaleerde het gelijk tussen de verschillende groepen.’ ‘Maar misschien ontstaat deze situatie wel door ontbrekende wet- en regelgeving’, betoogt Foster.

Bovendien ontstaan er nu naast de traditionele Ostrom commons, ook nieuwe – niet traditionele – commons. Deze emergeren (bv kenniscommons) of zijn geconstrueerd (bv het wegennet of internet).

Kenniscommons  floreren doordat mensen bijdragen aan de gemeenschappelijk kennis. Zo ontstaat er een accumulatie van energie en mogelijkheden. Hoe meer mensen hoe beter. Foster: ‘Zouden we bij deze nieuwe – niet traditionele –  commons niet moeten spreken over de Comedy of the Commons?’

Deze niet-traditionele commons moeten volgens Foster ingebed raken in een netwerk. Maar hoe? Het is volgens de professor behulpzaam om te kijken naar de geconstrueerde netwerken, omdat de infrastructuur voor de nieuwe commons niet vanzelf zal ontstaan.  En net zoals het wegennet en internet, hebben ook deze niet-traditionele commons een polycentrale structuur nodig.

Wat zijn Commons?

Gebieds Meetup #5 Geuzenveld-Slotermeer tijdens WMTC-festival

Amsterdam ondersteunt actief het opzetten van commons bij bijvoorbeeld energietransitie, zorg of het opzetten bij buurtactiviteiten. De stad deelt best practices en geeft juridisch advies (zie onder meer coalitieakkoord, pag. 58). Commoning stond centraal tijdens het We Make The City-festival op 22 juni 2018, locatie Plein ’40-’45 Amsterdam Nieuw West.

Door: Annette van de Merwe

Aanleiding
Geuzenveld-Slotermeer kent een grote sociaal-fysieke opgave doordat het veel bewoners kent met een kwetsbare sociaaleconomische status. Gebiedsontwikkeling stond hier lang op een laag pitje, maar nu zit er beweging in , met name op Plein ’40-‘45. Het plein ondergaat binnenkort een fysieke transformatie, waarbij we de ambitie hebben om huidige en toekomstige gebruikers een belangrijke stem geven. Hoe? Dat staat deze middag centraal. Gasten uit binnen- en buitenland hebben het plein vanmiddag weten te vinden – om met elkaar op zoek te gaan naar oplossingen.

Verzamelen
Rond half twee druppelen de deelnemers langzaam binnen in CoffeeMania aan de Slotermeerlaan. Velen bezochten vanochtend al een ochtendsessie in het pakhuis de Zwijger. Mensen maken kennis met elkaar. Druk gepraat. En er moet een keuze worden gemaakt uit vijf buurtwandelingen rond Plein ’40 –’45 – allen met een eigen invalshoek. Dagvoorzitter Joachim Meerkerk heet alle aanwezigen van harte welkom. Een speciaal woord van welkom is voor de grondleggers van LabGov: Christian Iaione (Italië) & Sheila Foster (VS) met hun Co-City Approach en de co-referenten Erik Bobeldijk (Stadsdeelbestuurder), Stan Majoor (Grootstedelijke vraagstukken) en John Grin (transitiekunde).
Aan het woord
Melissa Valk en Guusje Welsing – buurtbewoners – krijgen als eerste het woord. Waarom doen zij mee? Guusje: “Ik woon nu dertien jaar in dit stadsdeel. Het is leuk, divers, veel nationaliteiten. Ik wilde graag mijn buurtbewoners beter leren kennen. Daar wil ik graag moeite voor doen, want vanzelf gaat het niet. We doen dit intussen onder meer met een speakerscorner op de markt. Iedereen wordt uitgenodigd zijn zegje te doen.”
Melissa: “We zijn als betrokken buurtbewoners een paar maanden bezig nu. Leuk om in samenspraak met alle belanghebbenden plannen te maken voor het plein. Want uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: Een mooi en leefbaar plein.”
Erik Bobeldijk: “Collectief eigenaarschap is een mooie uitdaging. Amsterdam is hierin partner, richting bewoners en gebruikers. We willen heel graag samenwerken. Er gebeurt op dit moment ontzettend veel in de buurt – op heel uiteenlopende onderwerpen. Met de plannen voor het Plein willen we zoveel mogelijk vraagstukken bij elkaar brengen.”
Christian Iaione: “Community building begint met het leren kennen van elkaar. We starten vandaag dus met een wandeling, en dat is een prima begin.”
Sheila Forster: “Ik heb op vergelijkbare plekken als deze gewerkt en dingen van de grond af opgebouwd. Luister goed naar de mensen uit de buurt, werk samen, zo gaat het je lukken.”
Stan Majoor (HvA): “Wij zijn al langere tijd aanwezig in deze buurt. We hebben een kantoor hier in de buurt – en ook veel van onze studenten lopen hier stage. Ik ben een groot voorstander van collectief eigenaarschap. Als partij zijn wij hier te gast, we willen graag constructief meedenken. Het is echt een heel bijzonder stadsdeel hier. Ik hoop vanmiddag op een goede ervaring, ik hoop onverwachtse dingen te zien, en ik hoop dat mijn vooroordelen over dit stadsdeel na afloop onterecht zijn.”
John Grin (Uva): “Een community kan het verschil maken in het hier en nu. Het is een krachtig middel – mede omdat er op technisch gebied steeds meer kan. Denk aan uitwisseling via social media, vlak dat niet uit. Je kunt op heel uiteenlopende gebieden succes boeken als je dat goed doet.”
Dan is het tijd om in vijf groepen uiteen te gaan. Rond de klok van vier treffen we elkaar weer – en zullen we plenair de nodige ervaringen uitwisselen. Daarna is er genoeg tijd om informeel na te praten.
Wandelen rond het Plein
Alle groepen wandelen de komende anderhalf uur verschillende routes rond het Plein, en bezoeken verschillende instellingen. De deelnemers krijgen de opdracht zoveel mogelijk mensen op hun pad te bevragen over hoe zij tegen alle ontwikkelingen in het stadsdeel aankijken. Hoe kijkt een gemiddelde bewoner of gebruiker er tegenaan? Met wie wil hij of zij samenwerken om dingen nog beter voor elkaar te krijgen? En wat is daar voor nodig? Marktkooplui en het winkelend publiek zijn verrast over al die vragen. Sommigen kunnen zich nog niet zo’n beeld vormen van hoe het Plein er voor de toekomst uit zou moeten zien. Anderen hopen vooral dat de markt blijft. Het is er lekker betaalbaar. Weer iemand anders vindt dat het een ongezellige boel is. Wat meer groen, en gezellige zitjes, daar zou de boel flink van opknappen. “Er zwerft te veel rotzooi rond, en plastic”, is ook iets wat we met grote regelmaat terug horen.

Het geheim van Westside
We lopen even binnen bij Westside, gevestigd in een oud schoolgebouw aan de De Vlugtlaan. Vrijwel helemaal gerund door buurtbewoners – met tal van kleine creatieve en bijzondere bedrijfjes in huis. Heel veel activiteiten vinden hier plaats. Tweedehands marktjes. Workshops. Kinderactiviteiten. “En we hebben denk ik de beste koffie van Nieuw West”, voegt een van de initiatiefnemers vol trots toe. De gemeente verhuurt het gebouw aan verbruikers. Voor de faciliteiten wordt betaald. Het café levert wat geld op – en daar worden dan weer activiteiten van geprogrammeerd. Plekken als deze zijn schaars in Nieuw West. Woningen zijn schaars. Je zou van deze plek makkelijk een nieuwe woningbouwlocatie kunnen maken. Dat levert het meeste geld op. Het is dus aan de gebruikers om aan te tonen dat dit initiatief van onschatbare waarde is voor een bijzonder grote en diverse groep gebruikers en bezoekers. Druk dat maar eens in geld uit!

Het nieuwe Tuinstadhuis
Tot ongeveer tien jaar geleden een zwaar verouderd en gedateerd kantoorgebouw. Daarna onderging het gebouw een facelift. Gebruikers van weleer herkennen het niet meer terug. Toch is er nog genoeg te wensen. Er is een leuke koffiecorner op de begane grond, die alleen voor ambtenaren toegankelijk is. Dat zou toch anders moeten? De buurt naar binnen? Intussen is het in tien jaar tijd op het plein zelf wel een stuk drukker en gezelliger geworden. Veel nieuwe leuke horeca op en rond Plein ’40 –’45 . De beste baklava van Nederland is hier te koop – van heinde en verre komen ze alleen al daarvoor speciaal naar hier toe. Nog best een puzzel om het plein in wording voor zoveel mogelijk doelgroepen toegankelijk te maken. Er zijn wel wat gemiste kansen. Waarom is er nooit iets met die prachtige waterpartij achter het Tuinstadhuis gedaan? Misschien gaat dat wel gebeuren in de nabije toekomst.

Afsluiting
Tegen half vijf is iedereen weer terug in het huis van de wijk. Veel belevenissen. Veel verhalen. De deelnemers hebben allemaal veel bijzondere ontmoetingen gehad, en er is veel geleerd. Hoe hebben onze speciale gasten deze middag beleefd?
Sheila: “Een enorme diversiteit in deze buurt! Ik zie een buurt in transitie. En ook deze buurt wil natuurlijk zo veel mogelijk kwaliteit. Profiteer van alle veranderingen door middel van co-design, met behoud van het goede. Zorg dat het hier betaalbaar blijft. Koester deze plekken, als ruimte om te ontmoeten, te werken, te leren.
Christian: “Veel energie, veel potentie hier! Houd dat vast. Behoud de waarde voor de buurt waar ie ontstaan is. Zoek de juiste partners op, mobiliseer ze, alleen communitiybuilding is niet genoeg. Je moet iets collectiefs tot stand brengen. Zorg voor een gezamenlijke missie, een doel. Ik heb geweldige voorbeelden gezien hier vanmiddag. Potentie is er genoeg.”
Emre Ünver, stadsdeelvoorzitter: “Ik zie veel positieve energie hier vanmiddag! We zijn hier uiteindelijk allemaal met een gemeenschappelijk doel. De werkwijze is nieuw. Ik geloof in dit soort initiatieven. Ik geloof ook in aandeelhouderschap van buurtbewoners. Ben je aandeelhouder, dan ben je ook eerder geneigd te onderhouden waar je voor staat. Ik ben geboren en getogen in deze buurt. En ook in mijn jeugd, kan ik mij herinneren, deden we als bewoners ongelofelijk veel zelf. De samenwerking met al die uiteenlopende partijen zie ik als een enorme uitdaging. Ik ben heel enthousiast. Als bestuur vertegenwoordigen we maar een klein stukje Nieuw West. Mooi als de rest vanuit het stadsdeel zelf komt!”
Stan: “Ik heb veel trots in de buurt gezien. Wij dragen graag ons steentje bij met onze kennis. We leiden veel jonge mensen op die met hun specifieke kennis een rol kunnen spelen hier!”
John: “In Westside bestaat het communitygevoel al. Dat is hier op een steenworp afstand. Gebruik dit dus als goed voorbeeld, naar andere partijen en initiatieven toe. Kijk ook naar andere steden – hoe doen zij het. Breng bedreigingen in kaart – de steeds verder oplopende vastgoedprijzen bijvoorbeeld. Bedenk dat bijzondere bewonersinitiatieven uiteindelijk ook heel winstgevend kunnen zijn.”
Tot slot wordt een convenant ondertekend. Alle ondertekenaars – van buurtbewoner tot hoogleraar – van stadsdeelvoorzitter tot ambtenaar – verklaart daarmee zich in te zullen zetten voor de toekomst van een leefbaar, bruisend Plein ’40 – ’45 met haar omringende buurten, voor de huidige en toekomstige bewoners. Het officiële deel van de middag werd hiermee afgesloten. Maar nog lang daarna werd er geanimeerd uitgewisseld.

Urban Commons en LabGov
Amsterdam wil het opzetten van commons actief ondersteunen. Het nieuwe college maakt zich hier hard voor. Maar wat is commoning nu precies? Op basis van ervaringen wereldwijd met het collectief beheer van natuurlijke hulpbronnen (denk aan visserijwateren, bossen, landbouwgronden) en de studie van Nobelprijswinnares Elinor Ostrom, ontwikkelden Christian Iaione en Sheila Foster een methode om ook in een stedelijke context aan een veerkrachtige samenleving te werken. Foster en Iaione zien pleinen, openbare gebouwen of toegankelijk internet als urban commons: plekken of diensten in de stad, die (meer)waarde genereren. Hoe zorgen we dat een plein aantrekkelijk blijft en liefst voor zoveel mogelijk mensen?. Centraal staat de zoektocht naar nieuwe vormen van lokale democratie en eigenaarschap. Iaione en Foster noemen hun methodiek de Co-City approach. Sinds enige tijd is Plein ’40 – ’45 de experimenteerruimte van deze aanpak: The Laboratory for the Governance of the Commons – ook wel LabGov genoemd.

Inmiddels zijn er met de Co-City aanpak ervaringen opgedaan in steden zoals Rome, New York, Bologna, Turijn, Liverpool en Mantova, en is Co-City internationaal een toonaangevend voorbeeld. Een overzicht van de meer dan 100 Co-City steden staat op:

Wat is de rol van de politiek in tijden van sociale innovatie?

Amsterdam, 13 februari 2018. In De Burcht debatteren de Amsterdamse lijsttrekkers over maatschappelijke vraagstukken, participatie en de rol van de politiek en overheid in tijden van sociale innovatie. Het Kennisnetwerk Amsterdam organiseert het debat in de opmaat naar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart.

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (1)
We moeten niet zo somber zijn over participatie in de stad, vindt lijsttrekker Eric van der Burg (VVD). ‘We hebben een bloeiend verenigingsleven. En we vinden vrijwilligers die zich er keihard voor willen inzetten. Er zitten hier veel mensen in de zaal die naast hun betaalde functie, heel veel onbetaalde nevenfuncties hebben waarmee zij hun cluppie, hun vereniging sterker en beter maken. Ik vind dat we deze structuren moeten versterken, want het zijn de Amsterdammers die deze stad maken.’
Niet participeren in het politiek-bestuurlijke proces is ook een keuze’, aldus Van der Burg (VVD). Als je genoeg hebt aan je gezin, actief bent op school of in de sportvereniging, dan vind ik dat ook goed. (…) We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat mensen de káns krijgen om te participeren. Daarvoor moeten we drempels wegnemen.’

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (2)
‘Er zijn talloze initiatieven in de stad waarbij je mag hopen dat de overheid er niets mee te maken krijgt’, vindt Rutger Groot Wassink (GroenLinks) ‘Die maakt initiatieven gewoon kapot. Waar wij ons als GroenLinks voor hebben ingezet, zijn zaken als de buurtrechten en Right to Challenge. Bij initiatieven als de Meevaart in Oost en MidWest in West, zie je dat mensen prima zélf dingen kunnen regelen. Of zoals bij het buurtinitiatief Boost, voor de integratie van statushouders, dat zijn toch voorbeelden waar de overheid niet veel meer moet doen dan regels weg nemen, maatwerk leveren en zorgen dat initiatieven lekker hun gang kunnen gaan. Ik hoor u vragen, hoe kom je dan in de begrotingscycli terecht? Nou, als je daarin terecht komt, ben je eigenlijk al verloren. De overheid moet via buurtbudgetten geld ter beschikking stellen, moet faciliterend zijn, maar zeker niet proberen om dit soort initiatieven over te nemen. Dat is de dood in de pot.’

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (3)
Arjan Vliegenthart (SP): Het gaat goed met de stad, maar niet iedereen profiteert daarvan mee. Het grote nadeel van een aanpak die faciliteert, maar niet stuurt, is dat de mensen die weinig hebben, nog minder krijgen. Je moet als gemeente dus ook organiseren. Of, zoals we het met de aanpak van de jeugdwerkloosheid hebben gedaan, langs de deuren gaan.’

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (4)
Marjolein Moorman (PvdA): ‘Ik was vorige week vrijdag bij Nisa voor Nisa, organisatie voor Marokkaanse vrouwen. Het gesprek ging over de schietpartij op Wittenburg. Het was een supergoed gesprek met zo’n 90 moeders. Ze zeiden: “We moeten stoppen met zwijgen, we moeten met elkaar gaan praten.” (…) Deze moeders moeten we blijven betrekken. Er zit veel kracht in de stad, dat moeten we faciliteren, maar ook organiseren, én, én.’ Volgens Moorman vergt deze tijd een sterke overheid, die flexibel is, inspeelt op actuele gebeurtenissen en ingrijpt als er groepen buiten de boot dreigen te vallen.

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (5)
Discussieleider Jan Hoek: ‘Uit de stadsgesprekken blijkt dat er wel een faciliterende overheid is die iets wil, maar als een initiatief niet precies in een potje past, is het heel lastig om binnen te komen en het gesprek aan te gaan.’
Van der Burg beaamt dat dit het geval is, maar dat het vooral hoogopgeleide burgers zijn, die hierover klagen. Het is volgens de wethouder veel pijnlijker dat er Amsterdammers zijn die niet eens weten hoe zij de hulp kunnen krijgen.

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (6)
‘Nu van bovenaf zeggen hoe we het na de wijziging van het bestuurlijk stelsel gaan doen, zou het slechtste idee zijn’, aldus Rutger Groot Wassink (GroenLinks). ‘Vier jaar geleden hebben alle lijsttrekkers, behalve Eric van der Burg, in een zaal vol mensen die enthousiast zijn over participatie, bedacht om een lege paragraaf in het coalitieakkoord te laten staan, om die later in te vullen in gesprek met de stad. Dat is niet gelukt, maar ik zou daar opnieuw voorstander van zijn. Ik vind dat we de verhouding tussen burger en overheid opnieuw moeten definiëren, zowel langs de lijn van de participatieve democratie als de representatieve democratie.’

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (7)
Door de herziening van het bestuurlijk stelsel zie je dat de democratie in de stad weglekt, vindt Moorman (PvdA). Het gaat er om dat de ‘adviseurs uit de buurt’ in het nieuwe stelsel ook echt wat te zeggen krijgen. Moorman: ‘We moeten die commissies zo snel en goed mogelijk weer optuigen.’

GEMEENTEPOLITIEK IN TIJDEN VAN SOCIALE INNOVATIE (8-slot)
‘De nieuwe stadsdeeladviescommissies moeten nauw gaan samenwerken met de buurtmakelaars’, aldus Reinier van Dantzig (D66) ‘Buurtinitiatieven als het Wormenhotel in Oost of het Koffiehuis in het Centrum, moeten we niet kapot maken met ons gesteggel over wie er in welke adviesrol zit, maar gewoon de ruimte geven, dan komt het vast goed.’

Van wie is het Colosseum?

Vrijdag 12 januari 2018 bezocht de bekende Italiaanse professor Christian Iaione Plein ’40 – ’45 in Amsterdam Nieuw-West. Iaione is samen met de Amerikaanse prof Sheila Foster één van de trekkers van de internationale commons beweging. ‘Hoe bereik je een complete gebruikersgroep’, wilde bestuurder Erik Bobeldijk (SP) weten. ‘Wie zijn de minst zichtbare gebruikers van dit plein en hoe geef je ze een stem?’
Interessante vragen, meende Iaione. ‘In Rome stellen we ons de vraag van wie is het Colosseum? Horen hier ook de Australische toeristen bij?’ En zijn advies: Laat altijd één stoel open aan de vergadertafel. Die representeert de vraag: wie zien we over het hoofd? Iaione: ‘Met ons actieonderzoeksprogramma The City as a commons, proberen we voorbij ‘participatie’ te komen. Participatie, dat gebeurt door professionals van de (semi) overheid, die vaak zelf ook zoekende zijn hoe ze tot toekomstbestendige organisaties moeten komen. Hoe we het aanpakken? Soms gebruiken we lokale radiozenders om inwoners te bereiken. Onze houding is adaptief: we sluiten aan bij de lokale situatie en wensen en maken een traject tailor-made. Om ontbrekende stemmen te traceren zijn bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen goede vindplaatsen.’
‘Verschillende community’s zien elkaar als concurrenten’, poneert Bobeldijk. ‘En je bereikt alleen de best persons‘, aldus kwartiermaker Jeroen Jonkers.
Iaione: ‘Wij zijn niet op zoek naar een parallel representatieproces. Dat bestaat immers al. Je zoekt naar actie, ondernemerschap. Dus niet naar iedereen. Je moet niet aan participatie werken, maar aan deliberatieve democratie. Zoek de entrepreneurs op, degenen die ondernemend zijn en die willen leiden. Hoe kom je nu tot creative ownership? Door kleine praktijkjes op te zetten rond urban commons, waarin je tegelijkertijd onderzoek doet naar de rol van ownership, financiën en representatie.’
Iaione: ‘Cruciaal is het om de shift naar actor te maken. Ook als bestuurder, kwartiermaker of onderzoeker. Als je gaat pionieren in enkele kleine praktijkjes, krijg je onmiddellijk micro-oplossingen. Ze zijn klein, maar het zijn oplossingen voor het beheer van de urban commons. Ook op het juridische en financiële vlak.’
Bobeldijk: ‘Heb je concrete voorbeelden uit andere steden?’
Iaione: ‘Concrete oplossinkjes en praktijken uit New York, Bologna en Rome die op dergelijke wijze ontstonden zijn de Community Land Trust, het werken in coöperaties, een winkelstraat waarin tijdelijk geen belasting wordt geheven of waar de bedrijven en bewoners zichzelf voor 6 weken moesten besturen.’De Italiaanse professor benadrukt dat er zo (bestuurlijke) variatie kan ontstaan in en tussen steden. Het zijn polycentrische ontwikkelingen: institutioneel, financieel en bestuurlijk. Zo zijn er naast wetten en regels ook andere manieren om gedrag in het publiek domein in goede banen te leiden, zoals door de regulerende werkingen van religies, reciprociteit (wederkerigheid) en wie weet, ooit, urbane ethiek.

♦ De vraag van vandaag: vrijdag 12 januari 2018

Waarom verhalend verantwoorden?

Naast de reductionistische wijze van verantwoorden, als de data-analyse, gebruiken we in het publiek domein steeds vaker de verhalende manier van impact meten. Soms zelfstandig, vaak gecombineerd met een kwantitatieve analyse. Verhalend onderbouwen kent tenminste drie voordelen:

  • In tegenstelling tot de reductionistische analyse, beschrijft een narratief een casus als totaal;
  • Een verhaal beschrijft zaken, die getallen niet kunnen weergeven. Of zoals Umberto Eco het benoemde: ‘Waarover men geen theorie kan opstellen, dat moet men vertellen.’
  • Vanuit evolutionair oogpunt, zijn mensen verhalenvertellers. Ons brein is ingericht om uit verhalen de keynotes te pikken en te zorgen dat we met de geleerde lessen aan de slag gaan.

Verder lezen: Op verhaal komen, over narratieven in de mens- en cultuurwetenschappen, Frank Ankersmit * Tijdschrift voor communicatiewetenschap, jaargang 43/2015 nr 1: Participatie in en via de journalistiek door Nico Drok * The New York Times, Your Brain on Fiction (2012)

 

♦ De vraag van vandaag: dinsdag 21 november 2017

Wat is de Office for Civic Imagination?

‘Het is de bedoeling dat er in het centrum van Bologna een permanent Living Lab komt’, vertelt Valeria Barbi, EU-coördinator van het Urban Center Bologna, ‘Het Urban Center vorm het hart, met vier connecties naar de andere stadsdistricten.’ Sinds januari 2017 houden collega’s van Valeria bijeenkomsten met bewoners, CityMakers, studenten, migranten en ondernemers om over de komst van de Office for Civic Imagination te spreken: een digitaal platform, vergelijkbaar met Facebook, waar alle partijen hun plannen voor behoud en verbetering van de stad kunnen posten. In december gaat de website online. Vanaf maart 2018 moeten de fysieke LivingLabs hun deuren echt openen.

The office for Civic Imagination is a policy innovation lab, structured as a co-working area internal to the  municipal  administration, through which the civil servants can work together in order to find innovative solution to common problems and implement the principle of civic collaboration. Read more at: http://www.labgov.it

 

What are commons?

Many human beings are willing to put individual benefits aside and cooperate for the common good. The number of citizens’ collectives in Europe is booming. This leads to a growing demand for knowledge and know-how. Researchers from universities all over the world are stepping in.  From 10 – 14 July they gather at the XVI Biennial IASC-Conference in Utrecht. Initiator Tine de Moore explains what commons are.

♦ De vraag van vandaag: dinsdag 4 juli 2017

Hoe tackelen we onze democratische jetlag?

In zijn nieuwste boek The invisible hand beschrijft Bas van Bavel, hoogleraar Transities van Economie en Samenleving de levensfasen van de markteconomie. Van Bavel is somber: ‘We zitten op een kantelpunt van de cyclus. De economie is tanende en neemt in haar val de democratie mee.’

In de sociologie kennen we de term cultural lag als het fenomeen dat de cultuur vaak wat meer tijd nodig heeft om met zijn tijd mee te gaan, dan bijvoorbeeld de techniek. Je krijgt dan een soort na-ijleffect: we gebruiken de sociale media alsof we nog in een dorp wonen, en realiseren ons niet dat onze uitingen de hele wereld over gaan en voor vriend en vijand beschikbaar zijn. Hetzelfde fenomeen zagen we in 2008 bij de bankencrisis: burgers dachten nog dat de banken producten verkopen om de klanten te dienen, maar opeens bleken de producten met name dienstbaar aan het eigen verdienmodel van de bank. Hoe zit dat met de democratie? Is hier ook sprake van een cultural lag? Denken we nog te leven in fase 3, terwijl we al midden in fase 5 zijn aangeland?

♦ De vraag van vandaag: maandag 19 juni 2017